2A. BACTERIËLE INFECTIES DOOR BEWEEGLIJKE PSEUDOMONAS- EN ACROMONAS-SOORTEN

Pseudomonas- en Aeromonas-soorten zijn bij koudwatervissen vele malen beschreven; bij tropische siervissen is er nog weinig van bekend. Ze zijn over het algemeen staafvormig en rechtlijnig beweeglijk. Hun beweeglijkheid ontlenen ze aan een of meer zweepdraden (flagellen), die aan een van de uiteinden van de cel zijn ingeplant. Het zijn bij uitstek waterbacteriën, die zich ook zonder de aanwezigheid van vissen uitstekend kunnen handhaven. Men beschouwt ze als opportunistic pathogens. alleen onder bepaalde omstandigheden, die we nog niet precies kennen, kunnen ze bij vissen uitwendige en inwendige infecties veroorzaken.

Ook voor specialisten op dit gebied is bet dan nog bijzonder moeilijk om uit te maken, of ze nu de werkelijke (primaire) oorzaak van de ziekte zijn, of dat ze er later zijn bijgekomen. Voor de aquariumhouder is bet van belang te weten, dat de meeste bacteriën uit deze groep onder de microscoop bij sterke vergroting (minstens 400 x) zijn te herkennen aan hun manier van bewegen. Ze zwemmen namelijk in een rechte lijn; veelal schieten ze met grote snelheid door bet gezichtsveld. De geslachten Pseudomonas en Aeromonas zijn daarbij niet van elkaar te onderscheiden. Bij uitwendige infecties kunnen we ze vinden in een afstrijkje van de huid of van open wonden (ulcera). Bij algehele inwendige infecties (sepsis, bloedvergiftiging) is bet van groot belang een drukpreparaatje te maken van de milt en vervolgens onder de microscoop de rand van bet miltweefsel op te zoeken. De bacteriën zijn dan goed te zien.

Pseudomonas en Aeromonas kunnen worden bestreden met bepaalde antibiotica. Deze zijn in Nederland alleen verkrijgbaar via een dierenarts. Helaas zijn Pseudonionas-soorten ongevoelig voor enkele veel gebruikte antibiotica. Zolang we niet weten of Pseudomonas-soorten een rol spelen heeft bet echter weinig zin ze met speciale antibiotiea te gaan bestrijden. Goed bruikbaar tegen Aeromonas-soorten zijn tetraeyclinen als tetracycline HC i of oxytetracycline HG I; verder chlooramphenicol en neomycinesulfaat. Bij uitwendige infecties geven we hiervan 20 à 30 mg/l gedurende 2 x 24 uur. Moeilijker wordt bet bij inwendige infecties. Wanneer de vissen nog wat eten, kunnen we een tetracyclineverbinding toedienen via bet voer: 100 mg/20 g voer gedurende 5 dagen. Eten de vissen niets meer, dan is chlooramphenicol, 100 mg/l gedurende 2 X 24 uur, te proberen, in de hoop dat de vissen een voldoende hoeveelheid ervan uit bet water kunnen opnemen.

terug