Afbeelding 86

Afbeelding 87
2C. COLUMNARIS-ZIEKTE

Columnaris-ziekte wordt veroorzaakt door de glijdende bacterie Flexibacter columnaris (Leadbetter, 1974). Op bet Noord-Amerikaanse continent is bet een van de belangrijkste besmettelijke ziekten van inheemse koudwatervissen; in Europa is er nog weinig van bekend. Ook bij tropische siervissen kan columnaris-ziekte aanzienlijke sterfte veroorzaken.

Het ziektebeeld wordt doorgaans gekenmerkt door een plaatselijke of meer algehele aantasting van de huid van de vis. In latere stadia raakt bet onder de huid gelegen spierweefsel bij bet proces betrokken. Bij levendbarende tandkarpers (Poeciliinae) is de ziekte te herkennen aan witachtig tot geelachtig verkleurde huidgedeelten onder de rugvin en aan de staartwortel (afb. 86). De ziekte heeft een snel verloop (acuut); binnen enkele dagen kan de sterfte aanzienlijk zijn. Ook bij de goudvis komt nogal eens columnaris-ziekte voor.

Het ziekteverloop is hier veel trager (subacuut tot chronisch); veelal worden zweren (ulcera) gevormd (afb. 87). Het is niet uitgesloten, dat in sommige gevallen menginfecties optreden van Flexibacter columnaris en Aeromonas salmonicida (zie § 2E). Hoe kan men nu met met zekerheid vaststellen dat een vis aan columnaris-ziekte lijdt? In principe is dat alleen mogelijk door de ziekteverwekker te kweken en daarna verder te onderzoeken.

Voor de aquariumhouder is bet voldoende een afstrijkje te maken van een aangetaste plek en bet preparaatje te bekijken onder de microscoop. Men heeft daarbij een sterke vergroting (ca. 400 x) en veel contrast nodig (condensor van de microscoop omlaag draaien). De aanwezigheid van grote aantallen bacteriën, zoals omschreven in 2B, is een aanwijzing dat men met columnaris-ziekte te maken heeft. Voor de bestrijding van columnaris-ziekte kan men in de eerste plaats gebruik maken van enkele antibiotica/chemotherapeutica. Deze middelen zijn uitsluitend verkrijgbaar via een dierenarts.

Nifurpirinol is zeer werkzaam tegen de meeste F. columnaris-stammen (Bootsma en Cierx, 1976). Men kan de vissen gedurende enkele uren baden in een oplossing van 1 mg per liter water, of men voegt 0,25 mg/l aan bet water in bet aquarium toe. Een uit Zuidoost-Azië afkomstige F. columnaris-stam bleek hiertegen echter resistent. Verder hebben antibiotica uit de groep der tetracyclinen, 10 mg/l gedurende 2 X 24 uur, een remmende invloed op F. columnaris. In hardnekkige gevalien is benzylpenicilline-natrium tot nu toe afdoende gebleken. Men geeft hiervan 10 000 a 20 000 IE (internationale eenheden) per liter water; de oplossing dient om de 24 uur te worden ververst tot genezing is verkregen.

Vanwege de risico's voor de mens dient bet gebruik van penicilline beperkt te blijven tot die gevallen, waarin alle andere middelen falen. Acriflavine HC1, a 10mg/l gedurende 2 X 24 uur (Fijan en Voorhees, 1969) en 2-phenoxy aethanol, 100 mg/l (Van Duijn, 1973) zijn ook te proberen. Voor deze beide middelen heeft men geen recept nodig.

terug