![]() Afbeelding 89 |
![]() Afbeelding 90 |
![]() Afbeelding 91 |
![]() Afbeelding 92 (vergroot 400x) |
Tuberculose is een van de belangrijkste besmettelijke ziekten van tropische siervissen. Het is typisch een ziekte die in de besloten ruimte van een aquarium optreedt. We weten nog niet, op welke manier tuberkelbacteriën in het aquarium terechtkomen en hoe de vissen besmet raken. Vis tuberculose wordt veroorzaakt door bacteriën uit het geslacht Mycobacterium. M.fortuitum complex is voor aquariumvissen erg gevaarlijk. Deze bacteriën zijn staafvormig en onbeweeglijk.
Over het algemeen groeien ze niet bij 37°C, waardoor alleen koudbloedige dieren zoals vissen besmet kunnen raken. M. marinum en M.fortuiium complex kunnen echter in uitzonderlijke gevallen bij aquariumhouders voorbijgaande, oppervlakkige wondinfecties aan handen en onderarmen veroorzaken. Vissen kunnen in principe op verschillende manieren besmet raken: door het aanraken van andere vissen met 'open' tuberculose; door opname van bacteriën uit het water via de huid of de kieuwen, en door het inslikken van besmet water, besmet voedsel, of het aanvreten van zieke of gestorven soortgenoten. Hoe het in werkelijkheid gebeurt weten we niet. Vermoedelijk spelen vooral de twee laatstgenoemde mogelijkheden een rot, hoewel tuberculose van het maagdarmkanaal niet zo veel voorkomt. Bij levendbarende vissen kunnen de jongen reeds voor de geboorte door het vrouwtje worden besmet.
Eenmaal het lichaam binnengedrongen kunnen de bacteriën naar alle mogelijke organen en weefsels worden verspreid. Vervolgens gaan ze zich ter plaatse vermeerderen. Het lichaam van de vis reageert daarop met de vorming van grote, blaasachtige cellen (epitheloïde cellen), die de bacteriën in zich opnemen (phagocytose). Deze cellen liggen veelal in groepjes bij elkaar, worden steeds talrijker en gaan kleine haardjes vormen. In latere stadia worden deze haardjes afgekapseld met bindweefsel; in het centrum treedt weefselverval (necrose) op. In oudere baardjes kan zich ook geelbruin pigment ophopen. Deze processen verlopen vrij langzaam, en nemen soms weken tot maanden in beslag. Uiteindelijk kunnen de oorspronkelijke organen en weefsels voor bet grootste gedeelte worden vervangen door tuberculeus ontstekingsweefsel.
De verschijnselen bij zieke vissen kunnen nogal wisselen. Zijn inwendige organen zoals lever, milt en nieren aangetast, dan zien we gebrek aan eetlust, vermagering en een ingevallen buik (afb. 89). De vissen worden traag, zonderen zich af, en sterven ten slotte. Ook een algemeen oedeem, zich uitend in buikwaterzucht, schubbenruigheid en aan beide zijden uitpuilende ogen komt nogal eens voor. Buikvliesontsteking (peritonitis), die als complicatie kan optreden, veroorzaakt eveneens een dikke buik. Verder zien we wel eens verkrommingen van de wervelkolom.
Ook meer plaatselijke afwijkingen komen voor. Een tubercuteus proces in of achter een oog leidt er vaak toe dat bet oog gezwollen raakt en gaat uitpuilen. Ontstekingshaarden in de spieren veroorzaken lichtbruin doorschemerende plekken, die naar buiten kunnen doorbreken. Men spreekt dan van open tuberculose: daarbij komen voortdurend mycobacteriën in bet water terecht. Na doorbraak van een tuberculose- proces in de buikwand kan een open gat ontstaan (afb. 90). Het is echter ook 9 mogelijk, dat het ontstekingsproces van buitenaf in het spierweefsel doordringt (afb. 91). Hoe kunnen we nu met voldoende zekerheid tuberculose bij vissen vaststellen? De verschijnselen bij zieke vissen kunnen een vage aanwijzing geven.
Bij inwendig onderzoek van gedode vissen zien we soms vergrote, bleke organen waarin grijswitte haardjes, ter grootte van een speldenknop of nog kteiner, kunnen voorkomen. In een drukpreparaat van aangetaste organen of weefsels zijn allen de oudere haardjes goed te onderscheiden. We zien dan een vaag afgetekend bindweefselkapsel, met daarbinnen soms ophopingen van geelbruin of donker pigment. Ook dit alles vormt een aanwijzing, maar geeft nog niet voldoende zekerheid. Om een betrouwbare diagnose te kunnen stellen is bet noodzakelijk de mycobacteriën in tuberculeus weefsel aan te tonen. Dat kan bijvoorbeeld met de samengestelde kleuring volgens Ziehl-Neelsen. Mycobacterium-soorten, en in mindere mate ook Nocardia-soorten (zie § 2g), worden hierbij blijvend rood gekleurd (afb. 92).
De bestrijding van tuberculose is nog een levensgroot probleem. We kunnen het optreden van de ziekte moeilijk voorkomen, omdat we niet weten op welke manier een aquarium besmet raakt. Pas gekochte vissen kunnen de ziekte bij zich dragen; een quarantaineperiode van 2 a 3 weken is echter te kort om een sluimerende infectie tot uiting te laten komen. Behandeling van zieke vissen is tot nu toe niet goed mogelijk.
De in Nederland uit tropische siervissen geisoleerde Mycobacterium-stammen blijken weinig gevoelig te zijn voor verschillende geneesmiddelen tegen tuberculose (Engel en medewerkers, lopend onderzoek). Wanneer met zekerheid tuberculose bij onze vissen is vastgesteld, kunnen we het beste als volgt handelen. Alle zieke of zwakke vissen worden gedood. Het visbestand in het aquarium brengen we terug tot een lage besmettingsdichtheid: 1 g vis/5 a 10 l water. Bodemvuil wordt dagelijks zorgvuldig afgeheveld; gestorven vissen dienen we onmiddellijk te verwijderen. De individuele weerstand van de vissen wordt zo hoog mogelijk opgevoerd door ze verscheidene keren per dag (3 a 5 x) kleine hoeveelheden gevarieerd en hoogwaardig voedsel aan te bieden.
Door deze maatregelen lukt het soms de sterfte geleidelijk terug te dringen. Blijven de verliezen toch hoog, dan kunnen we beter helemaal opnieuw beginnen. De vissen worden gedood; de planten gooien we weg. Zand, stenen, kienhout en andere voorwerpen in het aquarium worden ontsmet in kokend water: minstens 15 minuten op 100°C. De bak zelf en de technische hulpmiddelen worden schoongemaakt met zeepsop, nagespoeld met water, en vervolgens ontsmet met een oplossing van Lyorthofli in water (1:100). Tijdens het werken met deze stof dient men plastic of rubber handschoenen te dragen. Het aquarium wordt tot aan de rand gevuld, waarna men het middel enkele uren laat inwerken. Ten slotte alles gedurende enkele dagen onder stromend water grondig naspoelen.