Afbeelding 104 (100x vergroot)
3J. NEONZIEKTE

Neonziekte komt voor bij de neontetra (Paracheirodon innesi), maar ook bij andere soorten tropische siervissen. Aangetaste vissen vertonen witachtige, gezwollen en iets glazige plekken in bet spierweefsel. Bij neon- en kardinaaltetra zien we soms een onderbreking van de blauwgroene, overlangse neonband.

Vaak zijn in een aquarium slechts één of enkele vissen ziek. Neonziekte wordt veroorzaakt door de eencellige Plistophora hyphessobryconis (Schäperclaus). De uit de sporen afkomstige kiemen vermeerderen zich in bet lichaam vermoedelijk (Lom en Cosliss, 1967) via meervoudige ongeslachtelijke celdelingen (schizogonie). Sporevorming (sporogonie) vindt plaats doordat eenkernige cellen uitgroeien tot veelkernige cellen met een dik kapsel (sporonten). Binnen bet kapsel wordt rond elke kern een nieuwe cel gevormd. Deze nieuw gevormde cellen ontwikkelen zich tot onrijpe sporen (sporoblasten).

Een groepje onrijpe sporen, omgeven door bet kapsel, noemt men een pansporoblast (afb. 104). De doorsnede van deze celgroepen bedraagt 26 à 33 µm. De ontwikkeling binnen bet kapsel gaat door tot de sporen rijp zijn, die na vrijkomen een nieuwe vis kunnen besmetten. Neonziekte kan worden vastgesteld door een pluispreparaat van aangetast spierweefsel microscopisch te onderzoeken. We vinden dan de pansporoblasten (afb. 104). Er zijn geen geneesmiddelen tegen de ziekte bekend.

terug