Afbeelding 97 (vergroot 400x)
3F. CRYPTOBIA-SOORTEN EN ANDERE BODONIDAE

Zweepdiertjes uit de familie der Bodonidae zijn klein, kleurloos en ovaal of langwerpig van vorm. Ze bezitten 2 zweepdraden, waarvan er één naar voren en één naar achteren is gericht. De naar achteren gerichte zweepdraad kan over een bepaalde afstand met het celoppervlak zijn verbonden. In gefixeerde en gekleurde preparaten zien we, behalve de celkern, een oppervlakkig gelegen lichaampje: de kinetoplast (afb. 97).

Cryptobia-soorten zijn bij koudwatervissen bekende bloedparasieten. Uit eigen onderzoek is gebleken dat ze ook bij tropische siervissen kunnen voorkomen. Besmette vissen hebben veelal bloedarmoede, kenbaar aan de bleke kieuwen. Ze kunnen traag of benauwd zijn en aan de ziekte bezwijken. We kunnen de parasieten vinden door een drukpreparaatje van de milt bij sterke vergroting (400 x) microscopisch te onderzoeken. Wanneer we de rand van het miltweefsel opzoeken zien we dan zeer kleine celletjes die zich heftig bewegen.

Ook andere geslachten uit de familie der Bodonidae kunnen bij tropische siervissen voorkomen. Zo werden bij kersebuikcichliden (Pelmatochromis subocellatus) in de darm enorme aantallen van een niet-gedetermineerd geslacht (afb. 97) aangetroffen. De darmwand was heftig ontstoken en verkleefd met naburige organen (buikvliesontsteking). De vissen hadden een dikke buik; de sterfte was aanzienlijk. Uit eigen onderzoek is gebleken dat de genoemde parasieten vaak met succes kunnen worden bestreden met dimetridazole. Hiervoor wordt verwezen naar § 3E.

terug