Afbeelding 99

Afbeelding 100 (vergroot 16x)
3H. WITTE-STIPZIEKTE

Witte-stipziekte, misschien wel de meest bekende ziekte van aquariumvissen, wordt veroorzaakt door een eencellige die rondom van trilharen is voorzien (holotriche ciliaat). De naam van de ziekteverwekker is Ichthyophthirius multifiliis. Om te kunnen begrijpen hoe een vis wordt besmet en hoe de ziekte kan worden bestreden,moet je iets weten van de levensstadia van I. multifiliis. Laten we beginnen bij de volwassen parasiet in de huid van een vis (afb. 99, stadium 1).

De grootte bedraagt 0,2 a 0,3 tot 0,5 mm. Het gehele cellichaam is bedekt met overlangse rijen trilharen (ciliën), die in dit stadium zorgen voor een voortdurende, ronddraaiende beweging. Opvallend is verder de grote hoefijzervormige kern (macronucleus). Jongere stadia in de huid van de vis hebben een ovale tot zwak gebogen kern. Buiten de kern (in het cytoplasma) liggen talrijke kleine blaasjes (vacuolen), waardoor de parasiet er donker en gekorreld uitziet. De kern tekent zich hiertegen licht af. De parasiet bevindt zich in de slijmhuid (epidermis) van een besmette vis in een holte, bedekt door gewoekerde slijmhuidcellen. Parasiet en verdikte slijmhuid vormen samen een witte stip (afb. 99, stadium 1). Deze witte stippen (afb. 100) zijn met het blote oog waarneembaar.

In dit stadium is de diagnose gemakkelijk te stellen. In een huidafstrijkje vindt men de ronddraaiende parasieten; grotere exemplaren hebben een hoefijzervormige kern (afb. 99). Wanneer I. multifiliis volwassen is breekt hij door de wand van de holte been, verlaat de vis en zwemt gedurende korte tijd vrij in bet water rond (afb. 99, stadium 2). Binnen één uur hecht hij zich vast, bijvoorbeeld aan planten of stenen, kapselt zich vervolgens in (cyste) en wordt onbeweeglijk (afb. 99, stadium 3). Binnen bet kapsel vinden nu celdelingen plaats. In tropische aquaria komt het tot 11 à 12 delingen, waarbij binnen 24 uur 1000 a 2000 dochtercellen (ciliosporen) worden gevormd, met een lengte van 15 à 20 µm (Wagner, 1960).

De ciliosporen breken uiteindelijk door bet kapsel en zwemmen dan vrij in bet water (afb. 99, stadium 4). Bereiken ze een vis, dan boren ze zich in de slijmhuid, waarna ze zich afronden. De vis reageert hierop met woekering van slijmhuidcellen. De parasiet voedt zich met huidmateriaal en groeit bij 25 °C in ongeveer 4 dagen uit tot bet volwassen stadium (Wagner, 1960). In de kieuwen wordt I. multifiliis over bet algemeen niet door viscellen overgroeid (Hines en Spira, 1974). Onvolwassen en volwassen stadia geven echter een zodanige irritatie, dat woekering van cellen en overproductie van slijm optreden. Aangetaste vissen hebben het dan ook vaak benauwd, wat zich uit in versterkte en versnelde bewegingen van de kieuwdeksels.

Hoe kan men een vis genezen van witte-stipziekte? De parasiet in de huid (afb. 99, stadium 1) en de delingsstadia binnen bet kapsel (afb. 99, stadium 3) zijn niet direct toegankelijk voor geneesmiddelen. Voegt men een geneesmiddel aan het water toe, dan worden de vrijzwemmende stadia (afb. 99, stadia 2 en 4) gedood. De vis kan dan niet langer steeds opnieuw worden besmet, terwijl de reeds in de huid aanwezige parasieten geleidelijk volwassen worden en de vis verlaten. Na bet toevoegen van een geneesmiddel duurt bet daarom vaak enkele dagen voordat men resultaat ziet. Verder is het soms noodzakelijk elke 3 - 4 dagen opnieuw het middel toe te voegen, totdat volledige genezing is verkregen. Met welke geneesmiddelen kunnen de vrijzwemmende stadia van I. multifiliis worden gedood? Vooral kininezouten (kininehydrochloride, kininesulfaat) zijn werkzaam. De dosering bedraagt 10 mg per liter aquariumwater. Het gebruik van kinine heeft echter enkele nadelen: de stof is duur en bovendien kunnen de planten in het aquarium er niet zo goed tegen.

In de tweede plaats kan men malachietgroen oxalaat gebruiken. Deze kleurstof is zeer giftig; men mag niet meer geven dan 0,05 mg/l. Omdat bet afwegen van zeer kleine hocvcelheden bezwaarlijk kan zijn, wordt meestal een stamoplossing als tussenstap gebruikt. Men lost daartoe 10mg op in 100 ml gedestilleerd water (of 100mg in 1 l); van deze oplossing gebruikt men 0,5 ml per liter aquariumwater.

Eveneens werkzaam is methyleenblauw medicinale, 2—4 mg/l. Het is zeer veilig in het gebruik. Overdosering is niet direct gevaarlijk, maar heeft wel bet nadeel dat bet water hierdoor blauw wordt gekleurd en men nauwelijks meer een vis ziet. Waterplanten kunnen er echter niet zo goed tegen. Een in Nederland veel gebruikt middel is Halamid ® .Er zijn goede resuitaten mee bereikt. Door de aanwezigheid van veel organisch afval in een aquarium (uitwerpselen van vissen, voederresten, dode planten) is de stof echter spoedig uitgewerkt. Bovendien is de werking van Halamid ® zowel op I. multifiliis als op vissen, sterk afhankelijk van de watersamenstelling en de temperatuur (Cross en Hursey, 1973). Daarom moet men eigenlijk de dosering van Halamid ® aanpassen aan de watersamenstelling. Als gemiddelde kan men aanhouden 10mg/l; in hard water bij pH 8,0 20mg/l; in zacht water bij pH 6,0 2,5 à 5mg/l.

terug