Afbeelding 107
4A. MONOGENEA ALS PARASIETEN VAN HUID EN KIEUWEN

Monogenea behoren tot de klasse van de zuigwormen (Trematoda). Als parasieten van vissen zijn in hoofdzaak Gyrodactylus- en Dactylogyrus-soorten van belang; andere soorten zullen hier buiten beschouwing blijven. Het lichaam van deze wormen is langwerpig van vorm. De grootte is wisselend; vele soorten zijn 0,3 - 0,5 mm lang. Aan de achterzijde van het lichaam zitten enkele grote en kleine haken; dicht bij de voorzijde bevindt zich een zuignap.

In het lichaam van een worm is zowel een vrouwelijk als een mannelijk geslachtsapparaat aanwezig (hermafroditisme). Bij Gyrodactylus-soorten worden de jonge wormen levend geboren (vivipaar); deze kunnen zich direct weer aan een vis vasthechten. Ze zitten vooral op de huid, maar ook wel op de kieuwen (afb. 107). De voorzijde is tweelobbig van vorm; pigmentvlekken ontbreken.

Dactylogyrus-soorten leggen eieren (ovipaar); hieruit komen larven die rondom van trilharen zijn voorzien. Nadat een larve (oncomiracidium) zich aan een vis heeft vastgehecht verliest hij zijn trilharen en groeit uit tot een volwassen worm. Dactylogyrus-soorten parasiteren vooral op de kieuwen, maar ook wel eens op de huid. De voorzijde van bet lichaam is vierlobbig van vorm; dicht hierbij zijn 4 pigmentvlekken (ogen) zichtbaar. Zoals bij alle Monogenea vindt de ontwikkeling van ei tot jonge parasiet steeds plaats zonder tussengastheer; bij Digenea (§ 4b) zijn wél één of twee tussengastheren noodzakelijk.

Zowel Gyrodactylus- als Dactylogyrus-soorten kunnen bij tropische siervissen sterfte veroorzaken. Vooral door de werking van de haken wordt de slijmhuid beschadigd. De aanwezigheid van deze parasieten op de kieuwen veroorzaakt veranderingen van het epitheel van de kieuwlamellen, waardoor de ademhaling wordt bemoeilijkt. De diagnose kan alleen met zekerheid worden gesteld door een afstrijkje van huid of kieuwen onder de microscoop te bekijken.

Gyrodactylus- en Dactylogyrus-soorten zijn niet gemakkelijk te bestrijden. Door Masoten ® aan het water in bet aquarium toe te voegen worden de parasieten op de lange duur gedood. Indien nodig kan men na 2 weken dit middel nogmaals toedienen. De dosering van Masoten ® is onder andere afhankelijk van de vissoort en de watertemperatuur. De juiste dosering voor tropische siervissen is niet precies bekend.

Uit eigen onderzoek is gebleken, dat men over het algemeen ½ - 1 mg/l kan geven zonder schadelijke gevolgen voor de vis. Door kort durende baden (½ - uur) in keukenzout (10 g/l) vermindert bet aantal parasieten op de vis, maar wordt geen volledige genezing verkregen. Hetzelfde geldt doorgaans voor bet gebruik van formaline: 2 à 3 ml gefiltreerde handelsformaline/ 10 l gedurende ½ - uur, of ½ ml/10 l gedurende 2 x 24 uur.

terug