![]() Afbeelding 110 |
Bij tropische siervissen zijn alleen de larven van lintwormen van enige betekenis. Men vindt ze over het algemeen niet in de darm, maar in verschillende inwendige organen en weefsels. De vis (tweede tussengastheer) besmet zich door het eten van roeipootkreeftjes (Copepoda) die optreden als eerste tussengastheer. In het lichaam van de vis, bijvoorbeeld in de lever, vinden we dan de ingekapselde larven (plerocercoïden, afb. 110). Wanneer de vis wordt opgegeten door een roofvis (eindgastheer) is de levenscyclus van de parasiet gesloten. Bestrijding van de ingekapselde lintwormlarven is niet mogelijk.