5A. KARPERLUIS

Allereerst de visluizen (familie Argulidae), waarvan de karperluis (Argulus foliaceus) de bekendste vertegenwoordiger is. De karperluis komt 's zomers dikwijls voor in zoetwaterplankton (Redeke, 1948).

Het lichaam is ovaal van vorm, sterk afgeplat en doorschijnend. De lengte bedraagt ongeveer 5 mm. Aan de buikzijde bevinden zich 2 grote zuignappen, waarmee de dieren zich aan een vis kunnen vasthechten. De monddelen zijn gedeeltelijk omgevormd tot een lang, stekelvormig orgaan, dat in een buis op en neer kan worden bewogen en waarin een gifklier uitmondt.

De karperluis kan met het voerscheppen in het aquarium terechtkomen, hecht zich dan aan een vis en boort haar stekel door de huid. Het vrijkomende gif (toxine) is voor kleine vissen vaak dodelijk. De parasiet kan met het blote oog gemakkelijk worden waargenomen, maar omdat het lichaam doorzichtig is valt hij soms niet direct op.

Behalve de inheemse karperluis kunnen bij tropische siervissen ook andere Argulus-soorten voorkomen. In Nederlandse aquaria worden deze zelden of nooit aangetroffen.

terug