Afbeelding 111 (vergroot 2,2x)
5B. LERNAEA-SOORTEN

Lernaea-soorten behoren binnen de klasse der schaaldieren tot de roeipootkreeftjes (Copepoda). Er bestaat tot op heden geen Nederlandse benaming voor deze vispara- sieten. Voorgesteld wordt, ze overeenkomstig de Engelse benaming (anchor worms) als ankerwormen aan te duiden. Het lichaam van volwassen vrouwelijke exemplaren (afb. 111) is langwerpig van vorm en niet gesegmenteerd. Aan de kop, rondom de mondopening, bevindt zich een ankerachtig hechtapparaat dat bestaat uit chitine. Aan de achterzijde van het lichaam hangen 2 eizakjes.

Alleen de wijfjes parasiteren op vissen. Ze zijn dan schuin naar voren tussen de schubben door in het lichaam gedrongen en zitten met het hechtapparaat verankerd in het spierweefsel. Daarbij ontstaat een bloederig wondje. Bij tropische siervissen, met uitzondering van de goudvis, worden ankerwormen over het algemeen weinig aangetroffen.

Bij de goudvis komen vooral Lernaea cyprinacea en L. carassii nogal eens voor. Parasitaire schaaldieren kunnen worden bestreden door Masoten ® (½ - 1 mg/l) aan het water in het aquarium toe te voegen. Dit middel werkt uitstekend tegen visluizen; ankerwormen zijn veel hardnekkiger. Een enkele ankerworm kunnen we daarom maar het beste met een pincet verwijderen.

terug